zondag 11 september 2016

Overprikkeling overleven

Iedereen heeft zijn of haar grenzen. Ergens kan je een punt bereiken waarop je voelt dat het even genoeg is. Je gevoel dat je een punthoofd krijgt, dat je hoofd overloopt, of welke benaming je het ook geeft. Ik denk dat het voor velen herkenbaar is.

Mensen met autisme hebben moeite om de samenhang tussen de verschillende gebeurtenissen goed in beeld te krijgen. Hun detaildenken veroorzaakt dat de gebeurtenissen niet in de juiste context geplaatst worden. Het gefragmenteerd verwerken van de waarnemingen zorgt voor een vertraging in informatieverwerking.

Als er meer informatie binnenkomt dan door het zenuwstelsel verwerkt kan worden,
ontstaat er een soort filevorming in het hoofd.
Het gevolg is overprikkeling en controleverlies.

Daarmee ontstaat er ook een sterk gevoel van onveiligheid. Men raakt het overzicht kwijt en reageert met gedrag dat door de buitenwereld gezien wordt als ongewenst gedrag.

Maar het is puur overleven!


Tegelijk is het ook een heel natuurlijk proces en komt het proces op zich bij alle menselijke wezens voor. Het verschil zit 'm in de snelheid waarbij het kookpunt bereikt is.
Agressie en woede komen altijd voort uit angst. Dit is een basisemotie die vanuit het oudste deel van de hersenen voortkomt, namelijk het limbisch systeem, onze emotionele schildwacht. Als gevaar dreigt, neemt de schildwacht de regie over en kan direct tot actie overgaan: op de vlucht slaan, vechten of verstijven. Tegelijk stopt ook het denkvermogen, het ratio, waardoor er geen rem meer is op emoties.
Logisch te verklaren dus, want in dreigende situaties ontbreekt immers de tijd om verstandig te overleggen wat het beste plan van aanpak zal zijn.

Wat veelal gedaan wordt en wat helaas ook veelal aangeraden wordt in therapeutische zettingen, is gerust stellen, praten of vast pakken (over terugschreeuwen nog maar te zwijgen...). Maar door alle actie die je onderneemt om je kind rustiger te krijgen, voeg je alleen maar prikkels toe! Om een volle emmer met water iets minder vol te krijgen, ga je toch ook geen water toevoegen? En door vast te pakken bevestig je het kind dat er inderdaad levensgevaar dreigt... hoe irreëel is dat, zowel voor je zelf als ook voor je kind!

Dus zorg er in de eerste plaats voor dat de omgeving zo min mogelijk prikkels toevoegt. Praat zo min mogelijk en beweeg rustig en zo min mogelijk. Bied veiligheid. En neem de trigger weg, want dat geeft uiteindelijk het meeste effect. Ook uit de situatie halen werkt altijd goed. Even apart nemen of afleiden (zonder woorden). Of iets tegengestelds gaan doen. Het kind zal dit (onbewust) toch opmerken en zo uit de emotie kunnen gaan. Blijf wel zo veel mogelijk zwijgen en begeleid met gebaren en visuele ondersteuning. Een cursusje gebarentaal is zo gek nog niet. Gebarentaal wordt immers in het bijzonder onderwijs ook vaak ingezet bij spraak- taal problematiek (zonder doofheid) en ook als ondersteuning bij kinderen met autisme. Een ontwikkeling die ik toejuich!


Er zijn fasen te onderscheiden waarin het kind met autisme zich bevindt. Overigens, ik schrijf over kinderen, maar dezelfde theorie geldt ook voor volwassenen met autisme.
Kortweg worden er binnen het signaleringsplan voor overprikkeling drie fasen onderscheiden:

Groen: het gaat goed, het kind is rustig en overziet wat hij doet en voelt. Prima gedrag.

Oranje: er zijn teveel prikkels te verwerken. Soms is het niet zichtbaar, meestal wel. In deze fase moeten de alarmbellen gaan rinkelen, want nu is er nog een weg terug. Meestal uit de fase oranje zich in ongewenst gedrag: onrustig, verdrietig, pesterig, vermoeid, brutaal, in zichzelf gekeerd, bonken of fladderen, enzovoorts.
In een vergevorderd stadium van de oranje fase is terugkeer nauwelijks nog mogelijk en daarom is effectief communiceren ook zeer moeilijk.

Rood: het kind is niet meer aanspreekbaar. Hij is zo angstig en overprikkeld dat het overlevingsmechanisme (de schildwacht) het overneemt. In deze fase kan het kind een gevaar voor zichzelf of zijn omgeving zijn.
Bovenstaande theorie is een zaak van leven of overleven. Zowel voor je kind als voor jou als ouder. Het is belangrijk genoeg om de verschillende fasen al te gaan leren onderkennen als je kind nog klein is. Des te beter groei je hierin mee en leert je kind zelf ook de verschillende fasen bij zichzelf herkennen. En dat laatste is een hele klus, aangezien zelfinzicht veelal ontbreekt. Maar daarover een volgende keer meer.




Liefs van Henny


Voor deze blog werd ik geïnsprireerd door
het boek "Plan B", Gijs Horvers





Geen opmerkingen:

Een reactie posten