donderdag 22 september 2016

TOM is niet vanzelfsprekend

“Ik loop op m'n werk en in m'n sociale contacten steeds tegen problemen aan,
maar ik begrijp maar niet waarom.
Het lijkt wel of alles altijd fout gaat.”

Om bovenstaande uitspraak van iemand met autisme te begrijpen, is een stukje theorie nodig. En wel die van TOM: Theory of Mind. Of in het gewoon Nederlands: het vermogen om je in te leven in wat een ander denkt of voelt. En indirect ook hoe jezelf in elkaar zit. Dat inleven is in het dagelijkse leven een soort kompas bij sociale contacten.

Wie ben ik, waarom doe ik zo, hoe zit mijn karakter in elkaar, hoe bekijk ik de ander, ... waarom doet de ander zo, wie is die ander eigenlijk, wat betekenen emoties, hoe reageer ik daar op, ...


Kortom, alles wat te maken heeft met reageren op jezelf en op de wereld om je heen.

En daar heb je een cruciaal punt te pakken als het gaat om autisme. Want voor mensen zonder autisme is het soms al moeilijk om zichzelf goed te doorgronden, laat staan voor mensen die dit eigenlijk niet of nauwelijks kunnen. En als je jezelf, je eigen reacties, al niet kunt verklaren, hoe moeilijk wordt dan de omgang met anderen.

Emoties moeten worden herkend, lichaamstaal moet worden begrepen, de taal moet worden geïnterpreteerd. En als de hersenen die informatie verwerkt hebben, moet je je ook nog kunnen verplaatsen in die ander.
Een baby die zich normaal ontwikkelt leert al vanaf de geboorte het gedrag van de ander te begrijpen en te imiteren. Hij leert wat leuk is en wanneer er gelachen kan worden. En ook leert hij al heel jong dat hijzelf daar een belangrijke rol in kan spelen. Dit werkt ook als het gaat om boosheid, wat is jouw rol daarin en hoe uit je jezelf. Onbewust worden verbanden herkend en er wordt er geleerd hoe hierop te reageren. De rugzak met ervaringen wordt als het ware gevuld.


Bij mensen met autisme lijkt het erop dat die rugzak niet of nauwelijks gevuld is. Dit komt omdat de ontwikkeling van de Theory of Mind anders verloopt. Al vanaf de babytijd zie je dat deze kinderen je minder gericht aankijken, minder imiteren, minder spel doen waarbij een beroep wordt gedaan op verbeelden (dus naspelen van situaties of zelf met ideeën komen). Ook de behoefte aan gedeelde aandacht is minder. Door dit alles krijgen deze kinderen grote moeite met het interpreteren van bijvoorbeeld gezichtsuitdrukkingen, uitingen van boosheid, ergernis of blijdschap. De informatie komt wel binnen, maar blijft niet hangen, er kan geen betekenis aan gegeven worden. Als je niet snapt wat de ander bedoelt of hoe de ander zich voelt, wat de context van een bepaalde boodschap is, is de wereld moeilijk te begrijpen.

Door gebrek aan inlevingsvermogen,
begrijpen mensen met autisme de bedoeling, de intentie van andere mensen niet.

Wat bij mensen zonder autisme zo vanzelfsprekend is, zo ongemerkt en onbewust zich ontwikkeld, staat bij mensen met autisme helemaal buiten spel.
Gelukkig kan veel aangeleerd worden. Emoties herkennen, erop inspelen, emoties verwoorden, je eigen gevoelens verwoorden, ... het is tot op zekere hoogte aan te leren. Maar dat het aangeleerd gedrag blijft, is voor de kenners altijd duidelijk herkenbaar.


Je vertelt je kind dat hij iemand hoort te feliciteren bij een verjaardag. "Voordat je het cadeau geeft, zeg je "gefeliciteerd met je verjaardag"."
Wat zie je nou gebeuren als je drie kleine cadeautjes voor de jarige gekocht hebt? Precies, voordat ieder cadeautje overhandigd wordt, wordt eerst de hand opnieuw geschud en wordt het zinnetje herhaald "gefeliciteerd met je verjaardag". 
Een overdreven voorbeeld? Nee hoor, in ons gezin gebeurde dit standaard. Totdat... we de regel gesteld hebben: "Eén keer "gefeliciteerd met je verjaardag" zeggen is genoeg, doe dat maar voordat je het eerste cadeautje overhandigd."
En ja, voortaan gaat het goed. Al is het wel aangeleerd gedrag.

Liefs van Henny

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten